Zelfdoding bij moeders

Waarom we hierover moeten praten.

Een onderwerp dat zó confronterend is dat het bijna te moeilijk voelt om erbij stil te staan. En toch willen we het doen.

 Want achter de roze wolk die we vaak rondom een zwangerschap en geboorte zien, kan een heel andere werkelijkheid schuilgaan. Een werkelijkheid waarin een moeder zich somber, uitgeput, angstig of wanhopig voelt. Soms zo erg dat ze niet meer weet hoe ze verder moet.

 Daarom willen we het hebben over zelfdoding bij moeders. Niet om angst aan te jagen, maar juist om het onderwerp bespreekbaar te maken. Want hoe eerder we signalen herkennen en het gesprek aangaan, hoe eerder iemand hulp kan krijgen.

 

Karianne van Vliet-
GZ-psycholoog 

Zelfdoding als oorzaak van maternale sterfte. Wanneer we praten over de gezondheid van moeders, denken we misschien als eerste aan complicaties tijdens de zwangerschap of bevalling. Aan bloedingen, hoge bloeddruk of andere lichamelijke problemen.

 Maar ook de mentale gezondheid van een moeder verdient aandacht.

 Uit Nederlands onderzoek blijkt dat zelfdoding, wanneer sterfte tot één jaar na de bevalling wordt meegenomen, de belangrijkste oorzaak van maternale sterfte is. Tussen 2006 en 2020 overleden in Nederland 68 vrouwen door zelfdoding tijdens de zwangerschap of binnen één jaar na de bevalling. Het grootste deel van deze overlijdens vond plaats in het eerste jaar na de geboorte (Lommerse, 2024).

 Dat zijn cijfers die laten zien waarom we niet alleen moeten kijken naar hoe het lichamelijk met een nieuwe moeder gaat, maar ook naar hoe het écht met haar gaat.

Een postpartumdepressie zie je niet altijd

 Een depressie na de bevalling wordt ook wel een postpartum- of postnatale depressie genoemd. Het is meer dan een paar dagen somber zijn of je overweldigd voelen.

 Na de geboorte verandert er ontzettend veel. Je lichaam verandert, je hormonen veranderen en je nachtrust wordt vaak flink verstoord. Daarnaast verandert je dagelijkse leven. Misschien moet je wennen aan het moederschap, verandert je relatie met je partner of ervaar je minder vrijheid dan voorheen. Deze levensfase wordt ook wel de Matrescentie genoemd, die net als de adolescentie, zich kenmerkt door voor veranderingen in een hele korte tijd.

 Al die veranderingen kunnen invloed hebben op hoe je je voelt.

 Een depressie kan zich bovendien bij iedere vrouw anders uiten. De één voelt zich verdrietig en leeg, terwijl een ander vooral prikkelbaar, angstig of uitgeput is. Sommige moeders voelen zich schuldig omdat ze niet gelukkig zijn, terwijl ze juist het gevoel hebben dat ze dankbaar zouden moeten zijn.

En dat maakt het soms zo moeilijk om erover te praten.

Een moeder met een depressie ziet er namelijk niet per se depressief uit.

 Ook een moeder die met haar baby wandelt, boodschappen doet, op bezoek gaat of vriendelijk naar je lacht, kan zich vanbinnen ontzettend slecht voelen.

 Maar je hebt toch een prachtig kind?

 Dat is misschien wel één van de lastigste kanten van psychische klachten na een bevalling.

 Er bestaat een hardnekkig beeld dat de geboorte van een kind vooral een gelukkige periode moet zijn. Natuurlijk kan dat zo voelen. Maar liefde voor je kind en psychische klachten kunnen tegelijkertijd bestaan.

 Je kunt ontzettend veel van je kind houden en tóch niet meer weten hoe je de dag door moet komen.

 Je kunt dankbaar zijn en tegelijkertijd ongelukkig.

 Je kunt genieten van een moment met je baby en een uur later volledig instorten.

 Die gevoelens maken je geen slechte moeder. Waarom kan het na een bevalling zo zwaar zijn?

 Het ontstaan van een depressie is meestal geen kwestie van één oorzaak. Bij iedere vrouw spelen andere factoren mee. Biologische, psychologische en sociale factoren kunnen elkaar beïnvloeden. 

Denk bijvoorbeeld aan:

hormonale veranderingen:
langdurig slaaptekort;
lichamelijk herstel na de zwangerschap en bevalling;
een eerdere depressie of andere psychische klachten;
hoge verwachtingen van jezelf;
onzekerheid over het moederschap;
weinig steun vanuit de omgeving;
relatieproblemen;
eenzaamheid;
financiële of andere zorgen;
een ingrijpende zwangerschap of bevalling.

 Soms is er helemaal geen duidelijke aanleiding aan te wijzen. Ook dat kan moeilijk zijn om te begrijpen.

 Een moeder kan denken: Ik heb toch alles om gelukkig te zijn? Waarom voel ik me dan zo?

 Maar psychische klachten zijn niet altijd logisch. Je hoeft geen duidelijke reden te hebben om hulp te mogen vragen.

 Het perfecte plaatje bestaat niet

 Sociale media kunnen het beeld versterken dat andere moeders het allemaal moeiteloos lijken te doen.

 De mooie babykamer. Het slapende kindje. De moeder die er verzorgd uitziet. Een partner die helpt. Een gezellige wandeling. Een glimlachende foto.

 Maar wat je niet ziet, is wat er achter die foto gebeurt.

 Misschien heeft die moeder net uren gehuild. Misschien heeft ze nauwelijks geslapen. Misschien voelt ze zich alleen of vraagt ze zich af of ze het wel goed doet.

 Daarom is het belangrijk om niet alleen te vragen: Hoe gaat het?

 Maar soms ook: Hoe gaat het écht met je?

 En vervolgens de ruimte te geven om eerlijk antwoord te geven. Wat kun je doen als je je zorgen maakt?

Vermoed je dat een moeder in jouw omgeving niet goed in haar vel zit? Dan hoef je niet meteen met oplossingen te komen.

 Het belangrijkste kan simpelweg zijn dat je er bent.

 Vraag hoe het met haar gaat. Luister. Oordeel niet. Probeer haar gevoelens niet direct weg te nemen met goedbedoelde opmerkingen als Het wordt vanzelf beter of Je moet gewoon wat meer rust nemen.

 Soms is luisteren veel waardevoller dan advies.

 Je kunt ook praktische hulp aanbieden. Neem bijvoorbeeld een maaltijd mee, doe boodschappen, help in het huishouden of bied aan om even bij de baby te blijven zodat moeder kan slapen of douchen.

 En als praten over gevoelens moeilijk voelt, kan samen iets ondernemen een eerste stap zijn. Een wandeling maken, koffie drinken of gewoon samen op de bank zitten kan al genoeg zijn.

 En als je zelf deze gevoelens herkent?Misschien lees je dit en herken je jezelf.

Misschien ben je al weken somber. Misschien ben je voortdurend gespannen of uitgeput. Misschien voel je je schuldig, leeg of hopeloos. Of misschien zijn er gedachten die je liever voor jezelf houdt omdat je bang bent voor wat anderen ervan zullen vinden.

 Weet dan dit:

 Je hoeft hier niet alleen mee te blijven lopen.

 Als deze gevoelens niet verdwijnen, ook niet na een paar betere nachten, praat er dan over met iemand die je vertrouwt. Dat kan je partner, een vriendin, familielid of zorgverlener zijn.

 De eerste stap hoeft niet meteen een groot gesprek met een psycholoog te zijn. Je kunt beginnen door simpelweg te zeggen:

 Het gaat eigenlijk niet zo goed met me.

Dat is genoeg om een gesprek te beginnen.

Als je gedachten hebt aan zelfdoding

Soms kunnen psychische klachten zo zwaar worden dat iemand niet meer wil leven of denkt aan zelfdoding.

 Ook dan is het belangrijk om niet alleen te blijven met deze gedachten.
Praten kan een eerste stap zijn

We praten gemakkelijk over de slapeloze nachten, de luiers en de kraamvisite. Maar over wanhoop, depressie en gedachten aan zelfdoding praten we veel minder gemakkelijk.

 Misschien omdat we bang zijn om iemand te kwetsen. Misschien omdat we niet weten wat we moeten zeggen.

 Of omdat we denken dat het wel meevalt.

 Maar juist daarom is het belangrijk dat we het gesprek durven aangaan.

 Vraag eens hoe het écht gaat.

 Luister naar het antwoord.

 En als iemand vertelt dat het niet goed gaat, probeer dan niet meteen het probleem op te lossen. Blijf dichtbij en help diegene om passende hulp te vinden.

 Want een moeder hoeft niet eerst volledig vast te lopen voordat ze hulp mag krijgen. Achter iedere glimlach kan een verhaal zitten dat we niet zien. Laten we daarom blijven vragen, blijven luisteren en vooral: blijven praten.